Welkom
op de site van de
Nationale Arbeidsraad

 

   Home

   Contact

   Feedback

    Zoom  

Vacatures

 

DE NAR

Documenten

Dossiers

Links

News

Perscommuniqués

DE NAR

Wie zijn we

Sociale dialoog

Niet-mededinging

Reglementering

Documenten

Adviezen & rapporten per datum

Andere documenten per datum

Documenten per thema

Cao's per nr

Cao's per thema

Dossiers

Publicaties

Cao-bedragen

Interprofessionele akkoorden

Links

 

 

 

 

 

 

 

terug

FR  /  NL

   

BURN-OUT

Projecten voor primaire preventie van burn-out op het werk – Wat?

 

Wie nam het initiatief ? 
 

De sociale partners namen het initiatief om pilootprojecten voor de primaire preventie van burn-out te ondersteunen, in het kader van de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2017-2018 en de prioriteit die hierin aan de burn-outproblematiek wordt gehecht. De projecten worden gefinancierd door de bijdragen die de ondernemingen storten voor de risicogroepen. De sociale partners werken voor dat initiatief nauw samen met de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. 

 

Welke types van projecten krijgen een subsidie ?

 

De subsidies zijn bestemd voor pilootprojecten die een geïntegreerde en pluridisciplinaire aanpak vooropstellen van de primaire preventie van psychosociale risico's op het werk en burn-out in het bijzonder. Met geïntegreerde aanpak wordt bedoeld dat de verschillende actoren van de onderneming worden betrokken bij de opzet, de invoering en de uitvoering van de projecten. Het verdient aanbeveling om projecten van meet af aan in het sociaal overleg (voor kmo’s met betrokkenheid van de werknemers) uit te werken en te bespreken. Het pluridisciplinaire karakter van het project veronderstelt een aanpak die verder reikt dan één enkele dimensie en die verschillende aspecten van de burn-outproblematiek beslaat (zoals de arbeidsorganisatie en productieprocessen, het competentie- en talentmanagement, de arbeidsomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsrelaties, de gezondheid, de leiderschapsontwikkeling enz.).

 

In de projecten worden onder andere acties in één of meerdere van de volgende fasen opgezet:

 

a) De informatie en sensibilisering;

 

b) Het bepalen van preventiemaatregelen;

 

c) De toepassing van maatregelen, waaronder inzonderheid maatregelen die betrekking hebben op opleiding, sensibilisering, bedrijfscultuur, competentiemanagement, leiderschapsontwikkeling;

 

d) De evaluatie van deze maatregelen.

 

De sociale partners hebben een aan de arbeidswereld aangepaste operationele aanpak willen uitwerken, die met verschillende aspecten rekening houdt om de primaire preventie te ontwikkelen en zo het optreden van burn-out te vermijden, door performante en werkbare arbeidsorganisaties aan te moedigen die de motivatie van de werknemers kunnen bevorderen en versterken.

 

Het is de bedoeling dat heel breed, innovatief en resultaatgericht wordt gewerkt in de verschillende fasen waarop de pilootprojecten kunnen gebaseerd zijn. Er moet niet per se in elke onderneming op alle mogelijke aspecten gewerkt worden. Het komt er op aan om een snelle en duidelijke situatieschets te maken van de onderneming, waardoor de knel- en verbeterpunten concreet naar voren komen. Het is vervolgens aan de onderneming en haar overlegorganen, daar waar ze bestaan, om te beslissen op welke punten zij verder werken. Die acties kunnen bijvoorbeeld de vorm aannemen van bewustmaking, opleiding, intentieverklaring, cultuur van vertrouwen, expertise, groepsproject, ontwikkeling van een bepaalde aanpak, evaluatie van de doelstellingen, ervaringen, resultaten, methodes. Het is raadzaam de mogelijke te voeren acties en verwachte resultaten in het kader van de pilootprojecten te koppelen. Bij het ADVIES 2080 van 27.02.2018 is een schema gevoegd (terug te vinden onderaan deze pagina) dat de voorgestane aanpak weergeeft.

 

Die methodologische aanpak is op elk arbeidstype van toepassing, ongeacht het kwalificatieniveau van de werknemers.

 

Wie kan een subsidie krijgen ? 

 

1. Ondernemingen

 

Alle ondernemingen die onder het toepassingsgebied van de regelgeving inzake de risicogroepen vallen kunnen om de toekenning van een subsidie voor een pilootproject waarbij het personeel de doelgroep is, vragen, ongeacht hun grootte of bedrijfssector.

 

In principe is die regelgeving van toepassing op alle werkgevers die personeel tewerkstellen dat onderworpen is aan de socialezekerheidswetgeving (wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), artikelen 189, tweede lid, en 194).

 

Worden evenwel uitgesloten (KB van 19 februari 2013 tot uitvoering van de artikelen 189, tweede lid, en 194 van de voornoemde wet van 27 december 2006):

 

het Rijk, met daarin begrepen de rechterlijke macht, de Raad van State, het leger en de federale politie;
de Gemeenschappen en de Gewesten;

● de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie, en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen, met uitzondering van de openbare kredietinstellingen, en de autonome overheidsbedrijven bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 21 maart
  1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wat betreft de werknemers tewerkgesteld in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

● de gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen, met daarin begrepen het universitair onderwijs; de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de vrije centra voor leerlingenbegeleiding;

● de provincies, de verenigingen van provincies en de instellingen ondergeschikt aan de provincies;

● de gemeenten en de verenigingen van gemeenten;

● de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de intercommunale centra voor maatschappelijk welzijn;

● de korpsen van de lokale politie, zoals bedoeld bij de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;

● de wateringen en de polders;

de beschutte werkplaatsen en de revalidatiecentra die afhangen van een gemeenschaps- of gewestfonds of -instelling voor de sociale integratie van personen met een handicap of van zijn rechtsopvolgers.


De aanvragers dienen na te gaan of ze onder het toepassingsgebied van de regelgeving betreffende de risicogroepen vallen.

 

Meer informatie is terug te vinden in de voorstelling van de regelgeving betreffende de risicogroepen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

 

2. De sectoren

 

De sectoren kunnen eveneens een subsidie voor een pilootproject aanvragen. Dat veronderstelt de beslissing dat het paritair (sub)comité instemt met het project. De sectorale fondsen worden als dusdanig niet als aanvragers beoogd. Een sectoraal fonds kan in de aanvraag wel als instelling die verantwoordelijk is voor het project worden aangegeven. De subsidie zal daarbij rechtstreeks aan het fonds worden gestort.

 

Kunnen verschillende ondernemingen gezamenlijk een subsidie aanvragen ? 

 

Ja. De aanvraag kan betrekking hebben op een project uitgevoerd door één onderneming of gezamenlijk door verschillende ondernemingen. In dat geval wordt de aanvraag ingediend door een hoofdonderneming die in haar aanvraag melding maakt van de andere aan het project deelnemende ondernemingen. 

 

Aan welke voorwaarden moeten deze projecten voldoen ? 
 

Ze moeten de primaire preventie van burn-out tot doel hebben
De subsidies zijn bedoeld voor projecten voor de primaire preventie van burn-out.

Primaire preventie komt eerst en beoogt het voorkomen van burn-out door werkeisen en hulpmiddelen in balans te brengen en performante en duurzame arbeidsorganisaties aan te moedigen waardoor de motivatie van de werknemers bevorderd en verstrekt wordt. 

Secundaire preventie (detecteren van de eerste symptomen van een burn-out en het verlenen van bijstand aan personen in moeilijkheden) en tertiaire preventie (er is schade door burn-out en gewoonlijk wordt de persoon bij zijn terugkeer naar het werk begeleid) komen niet aan bod in die projecten.

Er moet een beroep op een deskundige begeleidende organisatie/begeleider worden gedaan
De aanvragen moeten worden ingediend met een deskundige begeleidende organisatie/projectbegeleider die ervaring en een expertise van minimaal 3 jaar in het begeleiden van ondernemingen op het vlak van preventie van psychosociale risico's op het werk kan aantonen (meer bepaald op het vlak van het bepalen en toepassen van preventiemaatregelen met betrekking tot psychosociale risico's op het werk) in het kader van een geïntegreerde en pluridisciplinaire aanpak, en met respect voor het sociaal overleg.

Er moeten collectieve acties worden ontwikkeld
Om subsidies te krijgen, moeten acties van collectieve aard worden opgezet in de projecten, d.w.z. acties die betrekking hebben op de organisatie in haar geheel, op groepen van werkplekken of functies. Individuele begeleiding van werknemers die het slachtoffer zijn van burn-out, komt niet in aanmerking voor het verkrijgen van een subsidie.

Alle partijen in kwestie moeten erbij betrokken worden
Bij de uitvoering van het project moeten de werknemers worden betrokken, het comité voor preventie en bescherming op het werk (of bij ontstentenis hiervan, de vakbondsafvaardiging) - als die in de onderneming aanwezig zijn -, de diensten voor preventie en bescherming op het werk, de afdeling human ressources, de eventuele sociale dienst en elke andere persoon die kan bijdragen tot het slagen van het project.

5°

Er mogen geen voordien al gerealiseerde acties opgezet worden, noch acties waarvoor een andere subsidie werd toegekend of acties die in de plaats komen van de wettelijk verplichte opdrachten van de preventieadviseur psychosociale aspecten, noch van de risicoanalyse. De risicoanalyse komt aan bod in artikel I.3.1 van de Codex over het welzijn op het werk. De wettelijk verplichte opdrachten van de preventieadviseur psychosociale aspecten worden met name bepaald in de artikelen I.3-2, 1.3-4, I.3-5 van de Codex over het welzijn op het werk (zie boek I, tittel 3 van de Codex over het welzijn op het werk dat onderaan deze pagina is bijgevoegd).

 

Wat doet de begeleidende organisatie/projectbegeleider ?

 

De begeleidende organisatie/begeleider moet het project in de verschillende mogelijke fasen ervan begeleiden: de informatie en sensibilisering, het bepalen van preventiemaatregelen, de toepassing van de maatregelen en de evaluatie ervan.

 

De projectbegeleider of de begeleidende organisatie geeft deskundig advies, bijstand en zorgt voor trajectbegeleiding op zich.

 

De projectbegeleider of de begeleidende organisatie zal de onderneming helpen om de situatie in de onderneming te screenen in functie van de verschillende aspecten waaraan kan gewerkt worden als primaire preventie in de ondernemingen.

 

Naast een analyse van de situatie in de onderneming, initieert de projectbegeleider of de begeleidende organisatie processen waarbij concrete acties van primaire preventie worden gestart of uitgevoerd.

 

De begeleiding van de pilootprojecten door de projectbegeleider of de begeleidende organisatie is beperkt tot primaire preventie. Het betreft dus niet het begeleiden van werknemers die het slachtoffer zijn van burn-out of dreigen er het slachtoffer van te worden, noch hun re-integratie. Het doorverwijzen of advies en informatie over de mogelijkheden inzake secundaire en tertiaire preventie kunnen evenwel deel uitmaken van primaire preventie.

 

Het gaat dus niet enkel om een loutere coaching van de werknemers en/of leidinggevenden. De uitvoering van coachingprogramma’s met het oog op veranderingen in de arbeidsorganisatie, kan natuurlijk wel tot de voorgestelde acties behoren. Meer informatie over de rol van de begeleider vindt u op blz. 12-15 van het ADVIES 2080 van 27.02.2018.

 

Aan welke voorwaarden moet de begeleidende organisatie/projectbegeleider voldoen ?

 

Concreet moet de begeleidende organisatie/begeleider aantonen dat hij maatregelen in ondernemingen kan ontwikkelen in meerdere van de volgende domeinen:

 

De arbeidsorganisatie die inzonderheid betrekking heeft op het proces, de communicatiemiddelen, de bedrijfscultuur;

De arbeidsvoorwaarden die inzonderheid betrekking hebben op het competentiemanagement, het talentmanagement, het loopbaanmanagement;

De arbeidsinhoud die inzonderheid betrekking heeft op de werklast, de autonomie, het contact met derden;

De arbeidsomstandigheden;

5°

De interpersoonlijke relaties op het werk die inzonderheid betrekking hebben op de relaties met de leden van de hiërarchische lijn, de leiderschapsontwikkeling, de relaties tussen de werknemers.

 

Kan een preventieadviseur psychosociale aspecten / interne dienst voor preventie en bescherming op het werk aangeduid worden als begeleider ?

 

Nee, de begeleider moet een natuurlijke persoon / organisatie buiten de onderneming zijn.

 

Kan een preventieadviseur psychosociale aspecten / externe dienst aangeduid worden als begeleider ?

 

Ja, maar de uitvoering van de risicoanalyse komt uitdrukkelijk niet in aanmerking voor de toekenning van subsidies. Een externe dienst kan geen subsidie krijgen om die analyse in een onderneming uit te voeren. Een preventieadviseur psychosociale aspecten kan daarentegen worden aangeduid als begeleider voor het opstellen van een actieplan omtrent burn-outpreventie en de begeleiding van de onderneming bij de uitvoering van het actieplan, zodra het complexiteitsniveau van de analyse niet verplicht zijn tussenkomst vereist (wettelijk verplichte opdracht).

 

Hoeveel bedraagt de subsidie ?

 

Het forfaitaire bedrag van de subsidie bedraagt 8.000 euro per project.

 

Voor projecten ingediend door een paritair (sub)comité kan dat bedrag op maximaal 3 keer dat bedrag gebracht worden.

 

(zie ook vraag Wanneer en hoe worden de in 2019 toegekende subsidies uitbetaald?).

 

Een aanvrager kan kiezen om meer kosten te maken voor een bepaald project en zelf een deel te dragen.

 

Duur van de projecten ?

 

De projecten belopen een jaar. Voor de in 2019 ingediende aanvragen zullen de geselecteerde projecten van 1 december 2019 tot uiterlijk 30 november 2020 ten laatste uitgevoerd worden.

 

Hoe worden de projecten die een subsidie genieten, geselecteerd ?

 

De aanvragen worden beoordeeld op basis van de krijtlijnen die worden uiteengezet in het advies nr. 2.080 en die vertaald zijn in het koninklijk besluit van 30 juli 2018.

 

Gelet op het budgettair kader en het feit dat de beweegreden van het opzetten van pilootprojecten is om te komen tot een succesvolle aanpak, kan slechts een beperkt aantal aanvragen in aanmerking worden genomen.

 

Voor de selectie van de aanvragen heeft de Raad een beroep gedaan op onafhankelijke experten. Deze onafhankelijke experten werden gekozen omwille van hun expertise zoals beschreven in het advies nr. 2.080 en vertaald in artikel 14, §1 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018. Ze komen uit de academische wereld en hebben praktijkervaring op het terrein. Om de aanvragen op een objectieve manier te kunnen beoordelen hebben de onafhankelijke experten een scoringsmechanisme uitgewerkt op basis van het al dan niet vervullen van de selectiecriteria die voortvloeien uit het advies nr. 2.080 en die vertaald zijn in het koninklijk besluit van 30 juli 2018. Alle aanvragen worden zo gelijk behandeld en afgetoetst aan de krijtlijnen die werden vooropgesteld door de sociale partners om innovatieve en kwaliteitsvolle projecten uit te testen.

 

Er wordt ook rekening gehouden met de spreiding van de verschillende goedgekeurde projecten over de verschillende sectoren, de verschillende landsdelen en de grootte van ondernemingen om zo tot een globaal evenwicht te komen.

 

Wanneer een subsidieaanvraag indienen ?

 

De subsidieaanvragen worden ingediend tussen 1 juni en 31 juli 2019.

 


 

Aanvraag door een onderneming

 

Hoe moet het invullen van het aanvraagformulier worden voorbereid en hoe moet de aanvraag worden ingediend door de onderneming- aanvrager ?

 

Volgend model van aanvraagformulier maakt het voor de aanvrager mogelijk om na te gaan welke informatie vereist is om de aanvraag succesvol in te vullen.

 

In het formulier wordt gevraagd naar de doelstellingen van het project. Daarnaast wordt aan de hand van een aantal vragen gepeild of de selectiecriteria die voortvloeien uit het advies nr. 2.080 en die vertaald zijn in het koninklijk besluit van 30 juli 2018 al dan niet vervuld zijn. Vervolgens wordt gevraagd om de uitdagingen en/of de problematiek waarmee de onderneming wordt geconfronteerd, te beschrijven. Tot slot worden het engagement van de directie en het engagement van de werknemers(afvaardiging) gevraagd om aan de uitvoering van het project in de onderneming mee te werken.

 

Voor de ondernemingen worden de aanvragen ingediend via elektronische weg door gebruik te maken van het formulier onderaan deze pagina.

 

Om de aanvraag goed voor te bereiden, wordt sterk aanbevolen om gebruik te maken van het aanvraagformulier alvorens het aanvraagformulier definitief elektronisch in te dienen. Het elektronisch aanvraagformulier kan immers niet tussentijds worden bewaard en dient dus in één keer te worden ingevuld. Nadat het aanvraagformulier elektronisch wordt ingediend, kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht.

 

De aanvraag van de projectbegeleider en de aanvraag van de onderneming kunnen op een verschillend tijdstip worden ingediend. Het is essentieel dat wat het invullen van het formulier aanvrager betreft, er overleg en samenwerking is tussen de projectbegeleider en de aanvrager.

 

De aanvraag van de projectbegeleider moet niet worden goedgekeurd vooraleer de onderneming in het formulier aanvrager de projectbegeleider kan aanduiden.

 

Een aanvraag is pas volledig als zowel de onderneming-aanvrager als de projectbegeleider een aanvraag hebben ingediend. De projectbegeleiders die reeds een aanvraag hebben ingediend in het kader van de pilootoproep 2018, moeten dit in 2019 niet opnieuw doen.

 

Hoe wordt aangetoond dat er een engagement is van de directie en de werknemers(afvaardiging) om aan de uitvoering van het project in de onderneming mee te werken ?

 

In het aanvraagformulier wordt gevraagd om het engagement van de directie en het engagement van de werknemers in een PDF-document te uploaden. Indien er partnerondernemingen zijn, dient ook het engagement van deze ondernemingen te worden bezorgd.

 

Het engagement van de directie betreft een verklaring op eer waarin de aanvrager zich engageert om het project van begin tot einde te realiseren met betrokkenheid van alle relevante actoren binnen en buiten de onderneming. Dit engagement dient in het PDF-document ondertekend te worden door een vertegenwoordiger van de directie.

 

Inzake het engagement van de werknemers verschilt de situatie naargelang er een werknemersafvaardiging of geen werknemersafvaardiging is in de onderneming.

 

Ingeval er een werknemersafvaardiging is, verklaren de vertegenwoordiger(s) van de werknemersafvaardiging op eer dat ze betrokken werden bij de uitwerking van het project en zich engageren om mee te werken aan de uitvoering van het project in de onderneming. Dit engagement dient in het PDF-document ondertekend te worden door de vertegenwoordiger(s) van de werknemersafvaardiging en de contactgegevens (e-mailadres en telefoonnummer) van deze vertegenwoordiger(s) dienen in het document opgenomen te worden. De vertegenwoordiger(s) van de werknemersafvaardiging dienen bij het geven van deze contactgegevens uitdrukkelijk te verklaren dat ze toestemmen met de verwerking van hun gegevens voor de doeleinden van dit project. Tevens wordt gevraagd om indien mogelijk de datum van de vergadering van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk waarop het project werd besproken, te vermelden.

 

Ingeval er geen werknemersafvaardiging is, betreft het engagement een verklaring op eer van de aanvrager waarin is opgenomen dat de werknemers het engagement aangaan om mee te werken aan de uitvoering van het project in de onderneming. Die verklaring op eer moet in het PDF-document ondertekend worden.

 

Er dient niet gewerkt te worden met een model voor de engagementsverklaring. Het is voldoende dat de bewoordingen zoals vermeld in bovenstaande uitleg worden weergegeven in de PDF-documenten.

 

Aanvraag door een sector

 

Hoe moet het invullen van het aanvraagformulier worden voorbereid en hoe moet de aanvraag worden ingediend door de sector- aanvrager ?

 

Volgend model van aanvraagformulier maakt het voor de aanvrager mogelijk om na te gaan welke informatie vereist is om de aanvraag succesvol in te vullen.

 

In het formulier wordt gevraagd naar de doelstellingen van het project. Daarnaast wordt aan de hand van een aantal vragen gepeild of de selectiecriteria die voortvloeien uit het advies nr. 2.080 en die vertaald zijn in het koninklijk besluit van 30 juli 2018 al dan niet vervuld zijn. Vervolgens wordt gevraagd om de uitdagingen en/of de problematiek waarmee de sector en eventueel de deelnemende ondernemingen worden geconfronteerd, te beschrijven.

 

De aanvraag wordt ondertekend door de voorzitter van het paritair (sub)comité. Bij de aanvraag wordt de beslissing tot goedkeuring van het project door het betrokken paritair comité of paritair (sub)comité gevoegd.

 

Voor de sectoren worden de aanvragen ingediend door middel van een elektronische verzending van het dossier naar het volgende e-mailadres.

 

De aanvraag van de projectbegeleider en de aanvraag van de sector kunnen op een verschillend tijdstip worden ingediend. Het is essentieel dat wat het invullen van het formulier aanvrager betreft, er overleg en samenwerking is tussen de projectbegeleider en de aanvrager.

 

De aanvraag van de projectbegeleider moet niet worden goedgekeurd vooraleer de sector in het formulier aanvrager de projectbegeleider kan aanduiden.

 

Een aanvraag is pas volledig als zowel de sector-aanvrager als de projectbegeleider een aanvraag hebben ingediend. De projectbegeleiders die reeds een aanvraag hebben ingediend in het kader van de pilootoproep 2018, moeten dit in 2019 niet opnieuw doen.

 

Aanvraag door een projectbegeleider

 

Hoe moet het invullen van het aanvraagformulier worden voorbereid en hoe moet de aanvraag worden ingediend door de projectbegeleider ?

 

Volgend model van aanvraagformulier maakt het voor de projectbegeleider mogelijk om na te gaan welke informatie vereist is om de aanvraag succesvol in te vullen.

 

De aanvraag wordt ingediend via elektronische weg door gebruik te maken van het formulier onderaan deze pagina.

 

Om de aanvraag goed voor te bereiden, wordt sterk aanbevolen om gebruik te maken van het aanvraagformulier alvorens het aanvraagformulier definitief elektronisch in te dienen. Het elektronisch aanvraagformulier kan immers niet tussentijds worden bewaard en dient dus in één keer te worden ingevuld. Nadat het aanvraagformulier elektronisch wordt ingediend, kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht.

 

De projectbegeleiders die reeds een aanvraag hebben ingediend in het kader van de pilootoproep 2018, moeten dit in 2019 niet opnieuw doen.

 

Het formulier projectbegeleider dient slechts 1 keer ingevuld te worden, ook indien dezelfde projectbegeleider in verschillende ondernemingen projecten begeleidt.

 

De bedoeling van het formulier projectbegeleider is dat een beschrijving wordt gegeven van de algemene aanpak/methodiek van de projectbegeleider. In het formulier aanvrager wordt evenwel gevraagd naar de specifieke aanpak van de projectbegeleider betreffende het project zelf. De aanvrager en de projectbegeleider dienen hiervoor samen te werken.

 

Daarnaast wordt in het formulier projectbegeleider naar de expertise en ervaring in hoofde van de projectbegeleider gevraagd in het begeleiden van werkgevers op het vlak van preventie van psychosociale risico’s op het werk en meer bepaald op het vlak van het bepalen en toepassen van preventiemaatregelen met betrekking tot psychosociale risico’s op het werk in het kader van een geïntegreerde en pluridisciplinaire aanpak en met respect voor het sociaal overleg. De preventiemaatregelen hebben betrekking op meerdere domeinen (onder meer arbeidsorganisatie, arbeidsvoorwaarden, arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk).

 

Per domein waarin de projectbegeleider expertise en ervaring heeft, wordt gevraagd de nodige bewijsstukken te uploaden. Het betreft informatie, cv’s en referenties van personen die daadwerkelijk ingezet worden voor de begeleiding.

 

De beoordeling van de gevraagde expertise en ervaring in hoofde van de projectbegeleider maakt integraal deel uit van de beoordeling van de projectaanvraag.

 

De aanvraag van de projectbegeleider en de aanvraag van de onderneming of sector kunnen op een verschillend tijdstip worden ingediend. Het is essentieel dat wat het invullen van het formulier aanvrager betreft, er overleg en samenwerking is tussen de projectbegeleider en de aanvrager.

 

De aanvraag van de projectbegeleider moet niet worden goedgekeurd vooraleer de onderneming of sector in het formulier aanvrager de projectbegeleider kan aanduiden.

 

Een aanvraag is pas volledig als zowel de onderneming-aanvrager als de projectbegeleider een aanvraag hebben ingediend.

 


 

 

Werd het project van mijn onderneming geselecteerd ?

 

De Nationale Arbeidsraad verstrekt ten laatste op 30 september 2019 een gemotiveerd advies over de subsidieaanvragen 2019 aan de minister van Werk, die uiterlijk op 30 november 2019 de aanvragende onderneming in kennis stelt van de beslissing.

 

Wie ontvangt de subsidiëring ?

 

De subsidie wordt uitbetaald aan de hoofonderneming of de instelling die verantwoordelijk is voor het project ingediend door het paritair (sub)comité. Deze onderneming of instelling is verantwoordelijk voor de betaling van de projectbegeleider.

 

Wanneer en hoe worden de in 2019 toegekende subsidies uitbetaald ?  

 

Voor elke aanvraag die een positieve beslissing van de minister van Werk heeft ontvangen, wordt ten laatste op 31 januari 2020 een eerste schijf van 50 % van het bedrag van de toegekende subsidie betaald.

 

Het saldo van 50 % zal ten laatste op 31 januari 2021 worden uitbetaald, op voorwaarde dat de aanvrager uiterlijk op 30 december 2020 een gedetailleerd eindevaluatieverslag alsook een aantal financiële bewijsstukken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg heeft bezorgd.

 

Het eindevaluatieverslag dient volgende rubrieken te bevatten:

 

Een algemene beschrijving van de werkgever of de werkgevers waarop het project betrekking heeft;
● Een beschrijving van de problemen waarmee de werkgever of werkgevers bij het begin van het project werden geconfronteerd;

● Een chronologische samenvatting van de acties die werden genomen bij de uitvoering van het project;

● De evaluatie van het bereiken van de doelstellingen;

● Een beschrijving van de faciliterende factoren en obstakels bij de uitvoering van deze acties;

De werkelijk gemaakte kosten.

 

De financiële bewijsstukken hebben betrekking op de werkelijk gemaakte kosten. Deze kosten worden gestaafd aan de hand van facturen van de externe projectbegeleiders. Er worden geen loonkosten van het eigen personeel vergoed. Indien de aanvrager de BTW kan recupereren, wordt het factuurbedrag zonder BTW in aanmerking genomen.

 

Er kunnen facturen worden ingediend voor het maximumbedrag van 8000 euro voor ondernemingen en 24.000 euro voor sectoren of voor een lager bedrag.

 

Het bedrag van de toegekende subsidie wordt herleid als de gemaakte kosten niet gestaafd kunnen worden met financiële bewijsstukken.

 

Indien blijkt dat de subsidie onrechtmatig werd aangewend, kan het bedrag worden teruggevorderd door de administratie en kan de aanvrager later geen subsidieaanvraag meer indienen.

 

Follow-up van de gerealiseerde projecten ?

 

De Nationale Arbeidsraad verzekert de opvolging van de projecten.

 

Er wordt voorzien in een tussentijdse opvolging waarbij aan de projectbegeleider een stand van zaken wordt gevraagd inzake de voortgang van het project.

 

Bij het einde van het pilootproject dient de projectbegeleider een eindevaluatieverslag op te stellen (zie ook vraag Wanneer en hoe worden de in 2019 toegekende subsidies uitbetaald?).

 

De projectbegeleider neemt minstens deel aan een opvolgingsvergadering en een slotvergadering, georganiseerd door de Nationale Arbeidsraad.

 

De experten die de Raad bijstaan, kunnen het eindevaluatieverslag controleren bij de onderneming.

 

In de loop van 2021 maken de experten een syntheseverslag op waarin de inhoud van de eindevaluatieverslagen van de begeleidende organisaties/begeleiders wordt samengevat en hun advies over de resultaten van de projecten wordt weergegeven.

 

Het syntheseverslag wordt bezorgd aan de minister van Werk. De Nationale Arbeidsraad evalueert het systeem van de pilootprojecten na afloop van elke cyclus.

 

Dit verslag zal gepubliceerd worden op de site van de Nationale Arbeidsraad en de FOD WASO.

 

 

Indienen van een subsidieaanvraag - ( De aanvraagtermijn verstreek op 31 juli 2019 )

Aanvraag door één of meerdere ondernemingen (online)

Door de aanvrager in te vullen formulier

Aanvraag door een sector (per e-mail)

Voor de sectoren worden de aanvragen ingediend door dit ingevuld formulier te verzenden naar volgend e-mailadres.  (klik op het icoon)

Aanvraag door een projectbegeleider (online)

Door de begeleidende organisatie/projectbegeleider in te vullen formulier 

Het formulier "projectbegeleider" dient slechts 1 keer ingevuld te worden, ook indien de begeleidende organisatie/projectbegeleider in verschillende ondernemingen projecten begeleidt.
De projectbegeleiders die reeds een aanvraag hebben ingediend in het kader van de pilootoproep 2018, moeten dit in 2019 niet opnieuw doen.

 

 

Voor meer informatie:

 

ADVIES 2080 van 27.02.2018
interprofessioneel akkoord 2017-2018 - Burn-out

WET van 26 maart 2018
Wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie – artikelen 13 en 14: Projecten preventie burn-out

KONINKLIJK BESLUIT van 30 juli 2018
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 november 2013 tot uitvoering van artikel 191, § 3, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) met betrekking tot de projecten voor de primaire preventie van burn-out op het werk.

BOEK I, TITEL 3 VAN DE CODEX OVER HET WELZIJN OP HET WERK
De risicoanalyse - artikel I.3.1 van de Codex over het welzijn op het werk.
De wettelijk verplichte opdrachten van de preventieadviseur psychosociale aspecten - artikelen I.3-2, 1.3-4, I.3-5 van de Codex over het welzijn op het werk

 

Voor verdere vragen: gelieve deze uitsluitend te stellen door het sturen van een e-mail. (klik op het icoon)

 

 

    

 

 

 

 

 

 

bijgewerkt op    

 

 

Blijde Inkomstlaan 17-21 / 1040 Brussel / Tel: 02 233 88 11 / Fax: 02 233 89 38

© Copyright NAR-CNT 2011